Wet Indentificatie bij Dienstverlening
Om melding te kunnen doen, moet men wel weten wie de client is. Daarom is net als de Wet MOT ook de Wet Identificatie bij Dienstverlening (WID) uitgebreid met de diensten van vrije beroepsbeoefenaren. Dit betekent dat men
voorafgaande aan de dienstverlening verplicht is om de client te identificeren aan de hand van een identiteitsbewijs, waarbij men de gegevens van dit identiteitsbewijs vastlegt. Als een client eenmaal op de juiste wijze is geidentificeerd, hoeft dat bij een vervolgopdracht niet opnieuw te gebeuren. Wel moet bij elk bezoek worden vastgelegd dat de client is langs geweest. Als identiteitsbewijs geldt voor natuurlijke personen bijvoorbeeld een geldig paspoort of een geldig rijbewijs. Voor rechtspersonen wordt de identiteit vastgesteld aan de hand van een gewaarmerkt uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel of een door een notaris opgemaakte akte.

De identiteit van buitenlandse rechtspersonen wordt vastgesteld met behulp van een gewaarmerkt uittreksel uit het officiele handelsregister van de staatwaar zich de statutaire zetel van die rechtspersoon bevindt, of met behulp van een door een notaris afgegeven
verklaring.

De gegevens die men moet vastleggen en moet bewaren zijn:
* de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het adres en de woonplaats of vestigingsplaats van de client;
* de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het identiteitsbewijs;
* de aard van de dienst;
* de omvang, aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken
waarden of zaken;
* de identiteit van de betrokken vennootschappen